Vogels


 Huismus

 Uiterlijk
 • Ongeveer 15 cm lang.
 • Mannetje heeft donkergrijze kruin, bruine nek, zwarte bef, en licht grijze wangen en twee  witte  vleugelstrepen.
 • Vrouwtje is lichter van kleur en heeft geen zwarte bef ook heeft ze geen witte vleugel  strepen.

 Leefwijze
 • De huismus is een cultuur volger en vestigt zich vaak in de buurt van mensen.
 • De nesten bevinden zich vaak onder daken en wordt ook als winterslaapplaats gebruikt.
 • Voedsel wat de huismus graag eet zijn, zaden, insecten maar ook voedingmiddelen van de
 mens in bijvoorbeeld fabrieken en opslagplaatsen.


 Huisduif

 Uiterlijk
 • Verwilderde huisduiven vertonen een grote verscheidenheid in vorm, kleur en tekening.

 Leefwijze
 • Een huisduivenpaar blijft bij elkaar tot de dood hen scheidt.
 • Tot 10 keer per jaar 2 witte eieren in slordig nest.
 • Eieren komen na 17 dagen na het leggen van het tweede ei uit; de jongen vliegen na 4 weken  uit.
 • Geslachtsrijp zijn verwilderde huisduiven op een leeftijd van ca. 5 maanden.
 • Vermoedelijke maximale leeftijd 22 jaar (gemiddeld 7 jaar).
 • Nestelen op harde ondergrond zoals vensterbanken, zolders, verandakasten en balkons (bij  voorkeur uit de wind).
 • Hun voedsel bestaat uit zaden, jonge scheuten van planten en struiken en vooral tafelafval in  de vorm van brood en aardappelen.


 Vleermuis

 Uiterlijk
 • Lichaamslengte 30 tot 50mm, vleugelspanwijdte 200 tot 220mm.
 • Gewicht 4 tot 10 gram.
 • Vachtkleur is donkerbruin, tegen het zwart aan (buikvacht is lichter van kleur).• Oren en  vleugels zijn zwart.

 Leefwijze
 • Dwergvleermuizen jagen het liefst in terreinen met bomen, tuinen en rond lantaarnpalen.
 • Zij mijden grote, open vlakten.
 • Vangen kleine insecten zoals muggen, motjes, schietmotten en gaasvliegen e.d. in de lucht.
 • De dwergvleermuis vliegt vlak voor, of ná zonsondergang (30 min. voor het uitvliegen worden  ze in hun slaapplaats onrustig).
 • De invliegopeningen worden gemarkeerd door uitwerpselen en urinesporen.
 • Het vrouwtje keert vaak na het uitvliegen snel terug om de jongen te voeden.
 • Zomerverblijfplaatsen bevinden zich vrijwel altijd in gebouwen; winterverblijfplaatsen vaak in  spouwmuren, maar ook met grote groepen en groeven en grotten.
 • Als de jongen gaan vliegen, kunnen ze in woningen terecht komen en voor (onnodige) paniek  zorgen.

 

Van Meijel © ®. Webdesign D&F Computers