Insecten
Mieren
Uiterlijk
• De werksters van tuinmieren zijn alle 0.4 tot 0.5 cm lang
(Alleen de glanzende houtmier is meestal iets forser tot ca.
0,5 cm) en de antennen zijn altijd geknikt.
• De koninginnen zijn gevleugeld en groter dan de werksters.
• Ook de mannetjes zijn gevleugeld, maar kleiner dan de werkster.
Leefwijze
• Koninginnen en mannetjes ondernemen met grote aantallen
tegelijk in de zomer een bruidsvlucht, de koninginnen gaan
nieuwe nesten inrichten.
• De mannetjes sterven na de bruidsvlucht, de koninginnen
gaan nieuwe nesten inrichten.
• Tuinmieren voeden zich met andere insecten en met zoetigheid.
Zo verzamelen ze bijvoorbeeld honingdauw, een uitscheidingsproduct
van bladluizen.
• De glanzende houtmier heeft vaak nesten in rottend hout
onder de grond.
• Mieren nesten vooral buiten, van waaruit de werksters soms terecht
komen in woningen.
Vlooien
Uiterlijk
• De kattenvlo is zijdelings afgeplat, lichtgeel tot zwart,
vleugelloos en heeft goed ontwikkelde springpoten.
• De zelden voorkomende hondenvlo heeft nagenoeg hetzelfde
uiterlijk. Het verschil zit hem in de lengte van de eerste wangtandkam.
Bij de hondenvlo is de eerste wangtandkam ongeveer half zo
lang als de tweede; bij de kattenvlo is de eerste tand van de wangtandkam
iets korter dan de tweede.
Leefwijze
• De kattenvlo voedt zich met bloed van honden of katten,
bij de mens kan de kattenvlo niet overleven, maar doet wel een proefbeet.
• Leeft zowel op de gastheer (hond of kat), als in of nabij
de slaapplaats van de gastheer.
• De larven leven van dode insecten en uitwerpselen van volwassen
vlooien.
• Eieren worden meestal niet gelegd op de gastheer, maar ergens
op de grond.
Zilvervisje
Uiterlijk
• Het zilvervisje is vleugelloos en bedekt met fijne schubben.
• Lengte 0.6 tot 1.5cm.
• Kleur zilverachtig, grijs.
Leefwijze
• Lichtschuw, verborgen leefwijze.
• Zilvervisjes eten meestal koolhydraten, voeden zich met
granen, meel, stijfsel, lijm en papier.
• Tevens worden schimmels en/of kleine, dode insecten en mijten
genuttigd.
• De optimale leeftemperatuur voor zilvervisje is ca. 25 graden
C.
• Komt vooral voor onder vochtige omstandigheden.
• Maakt slangachtige bewegingen bij verstoring (zilvervisjes
zijn lichtschuw).
• N.B. Zilvervisje kunnen enige maanden zonder voedsel.
Ovenvisje
Uiterlijk
• Het ovenvisje is vleugelloos en heeft een lengte van 0.6
tot 1.3cm.
• Bedekt met fijne schubben.
• Kleur donkergrijs, donkerder dan het zilvervisje (duidelijk
gespikkeld).
• Iets groter dan het zilvervisje, bovendien iets meer behaart,
langere antennen en staartdraden.
Leefwijze
• Lichtschuw, verborgen leefwijze.
• Eten voornamelijk koolhydraten, voeden zich met granen, meel, stijfsel,
lijm en papier.
• Ovenvisjes geven de voorkeur aan een temperatuur van 32 tot
38 graden Celsius.
• Maakt slangachtige bewegingen.
Mijten
Uiterlijk
• De huisstofmijt is met het blote oog nauwelijks zichtbaar;
zonder poten ca. 0.4 tot 0.5mm lang.
• Wit van kleur.
Leefwijze
• De grootste aantallen mijten komen voor in het begin van
de herfst.
• Huisstofmijten leven verborgen in huisstof, in vloerbedekkingen,
matrassen.
• Voeden zich met huidschilfertjes van de mens.
Teken
Uiterlijk
• Volwassen mannetje lengte ca.0.3cm; vrouwtje lengte ca.
0.4cm in volgezogen toestand is het vrouwtje tot 1.1cm.
• Een gewone teek is grijs tot roestbruin van kleur, heeft
4 paar poten, duidelijk vooruitstekende monddelen en een harde huid.
Het ei van de gewone teek is geel van kleur.
• Tijdens het larvale stadium is na enkele dagen een bloedmaaltijd
noodzakelijk gedurende 3 tot 7 dagen; na een rustperiode van 4 weken
vervelling tot nimfstadium; totale larvale ontwikkelingsduur
6 weken; bij afwezigheid van een gastheer kan de larve wel 2 jaar
hongeren.
• Bij afwezigheid van een gastheer kan de nimf tot 1 jaar
verhongeren.
• Volwassen dier levensduur tot ca. 3 jaar; totale ontwikkelingsduur
tot 7 jaar.
Leefwijze
• Verborgen levend in een dichte vegetatie van struiken; vooral
in loofbossen, grienden, gemende bossen, naaldhoutbossen met een
weelderige onderbegroeiing.
• Gewone teken eten bloed van velerlei gastheren (zoogdieren,
vogels en reptielen); eitjes worden op begroeiing afgezet; volwassen
dier kan 8 tot 9 dagen blijven zitten.
• Verspreiding via huisdieren (hond of kat) of de in de omgeving
aanwezig wilde fauna.
Kakkerlak
Uiterlijk
• Volwassen dier lichtbruin. 2 zwarte lengtestrepen op borstschild,
1 tot 1,5 cm lang excl. antennen. Vliegt alleen bij zeer hoge temperatuur.
• Nimf donkerder van kleur, geen vleugels, vervellen tijdens
groei 4 tot 8 maal.
• Eipakket 0.8 x 0.3 x 0.2cm groot; bevat gemiddeld 30 eitjes.
Leefwijze
• De Duitse kakkerlak is lichtschuw en een alleseter (vochtige
en verse voedingswaren).
• Kunnen 10 tot wel 40 dagen zonder voedsel.
• Leeft op donkere, warme, wat vochtige plaatsen, optimale
temperatuur is 30 graden C.
• Voorkeurstempertuur 25 graden C tot 32 graden C.
Wespen
Uiterlijk
• Gele en zwarte dwarssteking op achterlijf, kop, borststuk
en eerste segment achterlijf roodbruin tot donkerbruin; werksters
1.6 tot 2.5cm lang, darren 2.1 tot 2.8 cm; larven wit en pootloos.
• Op de zijkanten van de wespenkop bevinden zich grote langwerpige
facetogen met aan de bovenzijde van de kop een drietal bijogen;
bij de hoornaar is de kop achter de ogen sterk verbreed.
• 2 stevige zijwaarts bewegende kaken (mandibels) met daaronder
monddelen waarmee de wesp kan likken en zuigen; 2 paar doorzichtige
vleugels.
• Overgang van borststuk naar achterlijf sterk ingesnoerd
Leefwijze
• Bij het optreden van de eerste nachtvorst sterven de nestbewoners,
behalve de jonge koninginnen.
• Wespen eten eiwit-en suikerhoudend voedsel, vooral voor het voeden van
de larven.
• Hoe hoger de luchttemperatuur, des te actiever de wespen;
een nest wordt gebouwd op een niet-vochtige plaats, altijd bovengronds,
doorsnede van 20 tot 35 cm.
• Hoornaars kunnen schadelijk zijn voor bijenhouders (steken
de bijen dood en zuigen vervolgens de honing uit hun maag).
• Hoornaars leven ook van rupsen en spinnen die ze uitzuigen;
daarmee voeden ze de larven.
Vliegen
Uiterlijk
• Lengte volwassen vlieg 0,75 cm.
• Made is pootloos, ongeveer 1 cm. lang en geen kop.
• Pop: ”tonnetje” dat bruin is.
Leefwijze
• De larven van de kamervlieg ontwikkelen zich tot rottend
organisch materiaal, zoals mest in stallen.
• Kamervliegen komen af op allerlei voedsel dat ze in vloeibare
vorm kunnen opnemen.
• Zij besteden veel aandacht aan hun toilet: poten tegen elkaar
wrijven en vleugels afvegen.
• De mannetjes sterven spoedig na de paring; de vrouwtjes
echter leven 2 tot 3 maanden.
• De larve van de kamervlieg leven niet dieper in het afvalmateriaal
dan enkele centimeters.
Steekmug
Uiterlijk
• Slank, minstens 0.8 cm lang, relatief lange poten;achterrand
en aders van de vleugel behaart.
• Achterlijf van de steekmug is geringd; antennen van het
mannetje vaak veervormig.
Leefwijze
• Steekmuggen vliegen vooral 's nachts, worden tegen de schemering
actief.
• Komen voornamelijk voor in waterrijke streken met stilstaand
water.
• Vooral in de (na)zomer worden steekmuggen waargenomen.
• De wijfjes van Culex-soorten overwinteren op verborgen schuilplaatsen,
bijv. kelders.
Tapijtkever
Uiterlijk
• Gewone tapijtkevers zijn 1,5 tot 3,5 cm lang.
• Ovaalvormig tot cilindrisch van vorm, vaak vrij dof (zwart)
gekleurd.
• Drie onscherpe brede dwarsbanden, lichtbruin wit van kleur.
• De larven zijn eivormig met een lichte beharing; aan het
achterste segment staan 2 bosjes bruine haren die schuin naar achteren gericht
zijn als een tentdakje.
Leefwijze
• De larven leven uitsluitend van dierlijke producten.
• Volwassen gewone tapijtkevers zijn bloemzoekers en leven
van nectar en stijfmeel.
• De kevers kunnen zeer goed vliegen; de larven kunnen grote
afstanden in een woning afleggen (het kan moeilijk zijn om de bron
op te sporen).
• De kevers leven bij voorkeur in een droge omgeving.
|