Hout
Insecten
Boktor (Cerambycidae)
Uiterlijk
•
Een volwassen huisboktor is 1.2 tot 3 cm lang, bruinzwart en heeft 2 grijsachtige
vlekken.
• De larve heeft een lengte tot 3 cm, is geelachtig wit en
heeft goed ontwikkelde kaken.
• De vrouwtjes hebben een lange legboor die onder hun dekschilden
uitsteekt.
Leefwijze
• De uit de eitjes komende larven boren zich ter plaatse in
het hout en maken daarin boorgangen, die geheel met boormeel gevuld
worden en een ovale doorsnede hebben.
• Het houtoppervlak is vaak rimpelig als gevolg van de druk
uit de boorgangen op het dunne fineerlaagje dat nog intact gebleven
is. In de regel wordt de toekomstige uitgang naar buiten als voor
de verpopping uitgeknaagd. Er blijft slechts een zeer dun laagje hout
aanwezig, waardoor de kever later een uitvliegopening knaagt.
• De uitvliegopening is ovaal, lengte 6 tot 9 mm, gewoonlijk
met een gerafelde rand.
• Het boormeel vertoont cilindrische deeltjes en heeft daardoor
een unieke structuur: korte ronde stafjes met grof poeder.
Houtworm (Anobium Punctatum)
Uiterlijk
• Een volwassen gewone houtwormkever is tussen 2.4 en 6 mm,
donkerbruin en heeft een gewelfd halsschild.
• Op het dekschild zijn rijen kleine puntjes te zien.
• De larve is ca. 6 mm lang, geelachtig wit en licht gekromd.
Leefwijze
• Gewone houtwormkevers tasten zowel loof- als naaldhout aan, bevinden zich
binnen en buiten gebouwen; ook boomstronken worden aangetast.
• De structuur van het boormeel is korrelig. De larven van
de gewone houtwormkevers boren zich direct nadat ze uit het ei komen
in het hout, waar ze gangen boren met een doorsnede van ongeveer
0.5 mm. Deze boorgangen zijn gevuld met boor- en vraatmeel, met daarin
excrementen. Vaak vindt men hoopjes boormeel onder het hout. De
ellipsvormige bolletjes in het boormeel zien er scherp afgetekend
uit, zonder stof; dit beeld is zeer kenmerkend voor de gewone houtwormkever.
Spinthoutkever (Lyctus Brunneas)
Uiterlijk
• Een spinthoutkever is lichtbruin tot donkerbruin, 3 tot
8 mm lang en slank.
• De larve is vaalwit en heeft een lengte van ca. 6 mm.
• Aan de zijkant van het dekschild zitten bij Lyctus brunneus
2 knobbels; bij Lyctus africanus is dat er 1.
Leefwijze
• Spinthoutkevers komen voor in het spinthout van loofbomen
zoals eiken, essen, walnoten, maar ook in een aantal tropische houtsoorten:
limba, meranti, bamboe en rotan.
• Het spinthout bevindt zich in de buitenste ringen van de
boom, rondom het kernhout. Kenmerkend voor spinthout zijn de zachte
structuur van het hout en de wijde vaten. Hoe meer zetmeel en hoe
droger het hout, des te vatbaarder is de boom voor aantasting door de
larven van de spinthoutkever.
• De boorgangen van de bruine spinthoutkever zijn gevuld met
zeer fijn boormeel, zonder excrementen. Dit boormeel ziet eruit
als stof. Onder de microscoop kan men echter duidelijk een kristalvorm
herkennen in de deeltjes boormeel.
Bonte knaagkever (Xestobium Rufovillosum)
Uiterlijk
• Larve geelachtig wit tot ongeveer 1.3 cm;
• De kever heeft donkerbruine dekschilden met geelachtige
spikkels.
• Lengte volwassen kever: 6 tot 8 mm.
• Het halsschild is helmvormig en donkerbruin van kleur.
Leefwijze
• Vooral balkeinden en verbindingen worden aangetast door
larven.
|